ECLI:NL:HR:2016:1437

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
7 juli 2016
Zaaknummer
15/00391
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over totstandkoming koopovereenkomst boerderij en precontractuele onderhandelingsplicht

In deze zaak stond de vraag centraal of er een overeenkomst tot stand was gekomen met betrekking tot de koop van een boerderij en of er een verplichting bestond tot dooronderhandelen in de precontractuele fase. Eisers stelden dat er wel degelijk een overeenkomst was gesloten, terwijl de Gemeente Albrandswaard en Kinderopvangcentrum Bonbon B.V. dit betwistten.

De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam met vonnissen in december 2010 en juni 2012, waarna het gerechtshof Den Haag in oktober 2012 en oktober 2014 arresten wees. Tegen het arrest van het hof van 21 oktober 2014 werd cassatie ingesteld door eisers. De Gemeente verzocht tot verwerping van het cassatieberoep en tegen Bonbon werd verstek verleend.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eisers niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd verworpen en eisers werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Hiermee bleef het oordeel van het hof dat geen koopovereenkomst tot stand was gekomen en dat er geen verplichting tot dooronderhandelen bestond, ongewijzigd in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/00391
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.F. de Groot,
t e g e n
1. de GEMEENTE ALBRANDSWAARD,
zetelende te Poortugaal,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
2. KINDEROPVANGCENTRUM BONBON B.V.,
gevestigd te Rhoon,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s., de Gemeente respectievelijk Bonbon.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 90096/HA ZA 10-2907 van de rechtbank Rotterdam van 15 december 2010 en 13 juni 2012;
b. de arresten in de zaak 200.111.741/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 oktober 2012 en 21 oktober 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 21 oktober 2014 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Tegen Bonbon is verstek verleend.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat en mede door mr. K.J.O. Jansen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 6 mei 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van Bonbon begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.