ECLI:NL:HR:2016:1446

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
7 juli 2016
Zaaknummer
15/01541
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 5:112 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over uitleg splitsingsreglement in appartementsrecht

In deze zaak stond de uitleg van het splitsingsreglement binnen het appartementsrecht centraal. Eiseres had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 december 2014, waarin een geschil met de Vereniging van Eigenaren (VvE) aan de orde was.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank ’s-Gravenhage en arresten van het hof die aan dit arrest zijn gehecht. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop partijen hebben gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiseres niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling nopen.

Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 3.048,34. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/01541
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
VERENIGING VAN EIGENAREN [a-straat] 1 T/M 271 (ONEVEN NUMMERS),
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de VvE.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 396918/HA ZA 11-1863 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 augustus 2011 en 19 september 2012;
b. de arresten in de zaak 200.118.613/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 februari 2013 en 30 december 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 30 december 2014 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De VvE heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 28 april 2016 op die conclusie gereageerd; de advocaat van de VvE heeft dat gedaan bij brief van 29 april 2016.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.