Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:1455

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
8 juli 2016
Zaaknummer
15/02300
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens huurachterstand

In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte centraal, waarbij de verhuurder Stichting Staedion de ontbinding vorderde wegens huurachterstand van de huurder [eiser]. Na eerdere uitspraken van de kantonrechter en het gerechtshof Den Haag, waarin de ontbinding werd bevestigd, stelde [eiser] beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van [eiser] verworpen. De klachten die in het middel werden aangevoerd, konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd.

De Hoge Raad veroordeelde [eiser] tevens in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is de ontbinding van de huurovereenkomst wegens de huurachterstand definitief bevestigd, waarmee de verhuurder gerechtigd is de huurovereenkomst te beëindigen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand wordt bevestigd.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/02300
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
STICHTING STAEDION,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Staedion.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 1252900/13-7039 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 16 december 2013;
b. de arresten in de zaak 200.151.401/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 oktober 2014 en 13 januari 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 13 januari 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Staedion heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 13 mei 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Staedion begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.