In deze zaak vorderden eisers schadevergoeding wegens niet-nakoming van een vaststellingsovereenkomst door verweerders. De rechtbank wees de vorderingen af. Het hof verklaarde eisers niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat zij geen memorie van grieven hadden ingediend binnen de gestelde termijn, zonder hen vooraf te waarschuwen of een termijn te verlengen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft gehandeld door zonder enige waarschuwing of verlenging van de termijn de eisers niet-ontvankelijk te verklaren. Dit terwijl het pilotreglement van het hof Amsterdam een afwijkende regeling kent die een dergelijke strikte toepassing mogelijk maakt, maar de Hoge Raad benadrukt dat goede procesorde vereist dat bij het niet tijdig indienen van grieven een korte termijn van veertien dagen moet worden verleend om het verzuim te herstellen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof Amsterdam en de rolbeslissing, en wijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing. De beslissing omtrent de kosten in cassatie wordt gereserveerd. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het voorkomen van onredelijke procesuitsluitingen.