ECLI:NL:HR:2016:149

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2016
Publicatiedatum
28 januari 2016
Zaaknummer
15/04816
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 52a AWRArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 september 2015, betreffende een informatiebeschikking op grond van artikel 52a, lid 1, AWR.

Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat het de gronden van het beroep niet bevatte. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief de gelegenheid gegeven dit verzuim te herstellen, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er zijn geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Van Hilten op 29 januari 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden in het beroepschrift.

Uitspraak

29 januari 2016
Nr. 15/04816
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 11 september 2015, nr. 14/00716, betreffende een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a, lid 1, AWR.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 4 november 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de gemachtigde van belanghebbende opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.