ECLI:NL:HR:2016:1508

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
12 juli 2016
Zaaknummer
15/04196
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 12 Arubaanse Landsverordening op stichtingenArt. 431 lid 2 Arubaans RvArt. 130 lid 2 Arubaans Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag bestuurder stichting wegens wanbeheer en bewijswaardering buitenlandse uitspraak

In deze zaak stond het ontslag van een bestuurder van een stichting wegens wanbeheer centraal, gebaseerd op de Arubaanse Landsverordening op stichtingen. De procedure begon bij het gerecht in eerste aanleg van Aruba en werd voortgezet bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden.

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de bestuurder die zich verzette tegen zijn ontslag. Een belangrijk aspect was de bewijswaarde van een uitspraak van een rechter in New Jersey, Verenigde Staten, die door het hof was meegewogen. Dit betrof de toepassing van het Arubaans procesrecht, met name artikel 431 lid 2 van Pro het Arubaans Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet slaagt en dat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Ook werd het passeren van het aanbod tot het leveren van tegenbewijs volgens artikel 130 lid 2 Arubaans Pro Rv bevestigd. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde de verzoeker in de proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/04196
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende in Canada,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
[verweerder],
wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak nr. 125 van 2010 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 27 mei 2010 en 11 maart 2014,
b. de beschikking in de zaak EJ 125/10 - Ghis 69488 - HAR 24/10 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 16 juni 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 2 juni 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 390,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.