ECLI:NL:HR:2016:2009

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 augustus 2016
Publicatiedatum
30 augustus 2016
Zaaknummer
15/01284
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep poging tot doodslag met bijl

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor poging tot doodslag op zijn toenmalige buurvrouw door twee maal met een bijl tegen haar hoofd te slaan. Tegen dit arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte cassatie ingesteld.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en gegrondheid. Namens verdachte diende advocaat H.M.W. Daamen een schriftuur in, die deel uitmaakt van het arrest.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van verdachte geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat hij onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 30 augustus 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

30 augustus 2016
Strafkamer
nr. S 15/01284
KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 januari 2015, nummer 20/001395-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 augustus 2016.