ECLI:NL:HR:2016:2035

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2016
Publicatiedatum
8 september 2016
Zaaknummer
16/02017
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht in vennootschapsbelastingzaak

De Stichting X heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een aanslag vennootschapsbelasting 2011. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Uit onderzoek bleek dat het griffierecht niet was voldaan, ondanks een betwisting van belanghebbende dat het griffierecht tijdig was betaald.

De Hoge Raad concludeert dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd van betaling en dat geen grond bestaat om te oordelen dat belanghebbende niet in verzuim was. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

Het arrest is gewezen door de vice-president Overgaauw als voorzitter en de raadsheren Van Loon en Van Kalmthout, en is op 9 september 2016 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

9 september 2016
Nr. 16/02017
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 1 maart 2016, nr. 15/00167, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Hof betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 19 mei 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbendes gemachtigde opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Uit een door de griffier van de Hoge Raad ingesteld onderzoek is niet gebleken dat het griffierecht is voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 20 juni 2016 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald.
In haar brief van 15 juli 2016 heeft belanghebbende gesteld dat zij het griffierecht tijdig heeft voldaan. Hernieuwd onderzoek met inachtneming van de door belanghebbende vermelde gegevens heeft evenwel niet uitgewezen dat het griffierecht is betaald. De Hoge Raad komt op grond daarvan tot het oordeel dat het voor het beroep in cassatie verschuldigde griffierecht niet is voldaan. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, levert onvoldoende bewijs op van de door haar gestelde betaling. Een en ander impliceert voorts dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2016.