ECLI:NL:HR:2016:2042

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2016
Publicatiedatum
8 september 2016
Zaaknummer
16/03404
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake Zorgverzekeringswet

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 april 2016, betreffende een geschil over een besluit van Zorginstituut Nederland op grond van de Zorgverzekeringswet.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken indien de wet dit toestaat.

In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in geschillen over de Zorgverzekeringswet. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier op 9 september 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke basis voor cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Uitspraak

9 september 2016
Nr. 16/03404
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 6 april 2016, nr. 14/2198 ZVW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 13/8922) betreffende een besluit van Zorginstituut Nederland ingevolge de Zorgverzekeringswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige, die is gedaan in een geschil betreffende de Zorgverzekeringswet. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2016.