Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:2045

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2016
Publicatiedatum
9 september 2016
Zaaknummer
15/04643
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROAlimentatieverordening 4/2009/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek wijziging alimentatie na buitenlandse schadeloosstelling

De vrouw verzocht om wijziging van de alimentatieverplichting nadat een Marokkaanse rechter een schadeloosstelling aan haar had toegekend. De rechtbank Oost-Brabant en het gerechtshof 's-Hertogenbosch wezen dit verzoek af. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, stellende dat de Alimentatieverordening 4/2009/EG onjuist was toegepast.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof en stelt vast dat de klachten van de vrouw niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De advocaat-generaal had het cassatieberoep reeds afgewezen.

Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen. De procedure toont de toepassing van internationale familierechtelijke regelgeving en de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van feitelijke beslissingen in alimentatiegeschillen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het verzoek tot wijziging van alimentatie afgewezen.

Uitspraak

9 september 2016
Eerste Kamer
15/04643
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/01/263366 FA RK 13-2650 van de rechtbank Oost-Brabant van 27 maart 2014;
b. de beschikking in de zaak F 200.151.821/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 juli 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 9 juni 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
9 september 2016.