Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:2046

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2016
Publicatiedatum
9 september 2016
Zaaknummer
16/00408
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen ontneming ouderlijk gezag na ondertoezichtstelling

De zaak betreft een verzoek tot cassatie door de moeder tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof het besluit tot ontneming van het ouderlijk gezag bevestigde. Deze ontneming volgde op een periode waarin het kind onder toezicht werd gesteld en werd geplaatst in een pleeggezin. De moeder betwistte deze beslissing en stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag voor het geding in feitelijke instanties. In cassatie beoordeelt de Hoge Raad de aangevoerde klachten, maar oordeelt dat deze niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad besluit het cassatieberoep te verwerpen, waarmee de beschikking van het gerechtshof in stand blijft. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Streefkerk en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de ontzegging van het ouderlijk gezag blijft in stand.

Uitspraak

9 september 2016
Eerste Kamer
16/00408
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/10/479035/JE RK 15-1777 van de rechtbank Rotterdam van 31 juli 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.175.833/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 november 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
9 september 2016.