ECLI:NL:HR:2016:2065

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2016
Publicatiedatum
13 september 2016
Zaaknummer
14/06039
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in economische zaak over asbestsloop en arbeidsomstandighedenwet

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Economische Kamer, waarin een economische strafzaak werd behandeld over het slopen van asbest en overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet.

De Advocaat-Generaal stelde een middel van cassatie voor, gericht op de toerekening van de verboden gedraging aan de rechtspersoon en de vrijspraak van de feitelijk leidinggevende. De raadsman van de verdachte heeft het beroep tegengesproken.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en verwees naar artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand, waarbij de rechtspersoon niet aansprakelijk werd gehouden en de feitelijk leidinggevende werd vrijgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof waarbij de rechtspersoon niet aansprakelijk wordt gehouden en de feitelijk leidinggevende wordt vrijgesproken.

Uitspraak

13 september 2016
Strafkamer
nr. S 14/06039 E
SG/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 24 september 2014, nummer 21/003077-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte, N.A. Heidanus, advocaat te Groningen, heeft het beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 september 2016.