Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
13 september 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit het bewerken van hennep.
Het hof had het voordeel geschat op €176.383,-, gebaseerd op een berekening van de opbrengst van natte henneptoppen en de kosten die in mindering konden worden gebracht. De verdediging klaagde over een onjuiste hoeveelheid droge hennep die het hof als basis nam voor de kosten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof bij de kostenaftrek had moeten uitgaan van 500 kilogram droge hennep (1/4 deel van 2.000 kilogram natte hennep) in plaats van 400 kilogram. Daarom verbeterde de Hoge Raad de schatting en verlaagde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel met €7.475,-. De betalingsverplichting werd dienovereenkomstig verminderd tot €142.525,-.
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor zover het bedrag van het voordeel en de betalingsverplichting betroffen. De zaak werd om doelmatigheidsredenen zelf afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot €168.908,- en stelt de betalingsverplichting vast op €142.525,-.