Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
een deel toerekenen evenredig aan de delen die aan [betrokkene] , [betrokkene 3] en [betrokkene 4] moeten worden toegerekend. Op grond van voormelde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat aan [betrokkene 1] de grootste rol en dus ook het grootste belang in de knipperij moet worden toegerekend. Een en ander brengt het hof tot de slotsom dat van het berekende geschatte voordeel aan [betrokkene 1] 2/6 deel moet worden toegerekend, zijnde € 352.766,-, en aan de anderen steeds 1/6 deel, zijnde € 176.383,-.
4.Slotsom
5.Beslissing
13 september 2016.