Belanghebbende betaalde in maart 2012 bpm over een gebruikte auto op basis van een CO2-uitstoot van 299 gr/km zoals opgegeven in de aangifte. De RDW registreerde echter een hogere uitstoot van 338 gr/km, waarop de Inspecteur een naheffingsaanslag oplegde na een aankondigingsbrief waarop belanghebbende niet reageerde.
Belanghebbende maakte bezwaar en overhandigde een certificaat van de fabrikant dat de lagere uitstoot bevestigde. De Inspecteur vernietigde de naheffingsaanslag maar weigerde vergoeding van de kosten van bezwaar omdat er geen aan hem toe te rekenen onrechtmatigheid was.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur correct had gehandeld door de aankondiging te sturen en dat het niet reageren van belanghebbende de Inspecteur niet verwijtbaar maakte. De Hoge Raad stelt echter vast dat de naheffingsaanslag inhoudelijk onjuist was door een fout in de RDW-registratie, waarvoor de Inspecteur aansprakelijk is.
Daarom is er sprake van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid in de zin van artikel 7:15, lid 2, Awb, en heeft belanghebbende recht op vergoeding van de kosten van bezwaar. De eerdere uitspraken worden vernietigd en de zaak wordt zelf afgedaan met toekenning van de kostenvergoeding.