ECLI:NL:HR:2016:2090

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2016
Publicatiedatum
15 september 2016
Zaaknummer
16/00750
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 52a lid 1 AWR
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake informatiebeschikking 2010

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 januari 2016, waarin het hoger beroep tegen een informatiebeschikking van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld. De informatiebeschikking had betrekking op het jaar 2010 en was gebaseerd op artikel 52a, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).

De Hoge Raad ontving klachten van belanghebbende, waarop de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende. Na behandeling van de conclusies van repliek concludeerde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde dit geen nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder oordeelde de Hoge Raad dat er geen gronden waren voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door vice-president R.J. Koopman als voorzitter en raadsheren C. Schaap en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

16 september 2016
Nr. 16/00750
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 5 januari 2016, nr. 15/00146, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 14/2010) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking met betrekking tot het jaar 2010 als bedoeld in artikel 52a, lid 1, AWR.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2016.