ECLI:NL:HR:2016:2096

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2016
Publicatiedatum
15 september 2016
Zaaknummer
15/04908
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002

Belanghebbende was in geschil met de Belastingdienst over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2002, inclusief een boetebeschikking. Na eerdere procedures werd de zaak door de Hoge Raad verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.

Belanghebbende stelde tegen het vonnis van het Hof beroep in cassatie in, met vier middelen. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de rechtsvragen niet van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel op 16 september 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag en boetebeschikking wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

16 september 2016
Nr. 15/04908
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 17 september 2015, nr. 14/00487, betreffende de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2002, alsmede de daarbij genomen boetebeschikking.

1.Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 11 april 2014, nr. 13/00802, ECLI:NL:HR:2014:842, BNB 2014/167, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. G.J.M.E. de Bont, advocaat te Amsterdam.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2016.