Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
12 januari 2016.
Hoge Raad
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor het opzettelijk nalaten van tijdige gegevensverstrekking met het oog op bevoordeling bij bijstandsfraude.
Het herzieningsverzoek baseert zich op een door de Advocaat-Generaal ondersteund beklag over het niet vervolgen van een betrokkene die mogelijk betrokken was bij de fraude. De Hoge Raad overweegt dat de steun van de Advocaat-Generaal voor het beklag niet automatisch een ernstig vermoeden van onrechtmatigheid oplevert.
Daarnaast ontbreekt in de stukken de beslissing op het beklag, waardoor niet kan worden vastgesteld welke beslissing het Hof heeft genomen. Gezien deze omstandigheden is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het eerdere oordeel van het Gerechtshof en laat de opgelegde taakstraf en subsidiaire hechtenis in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens gebrek aan ernstig vermoeden van onrechtmatigheid.