Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.De bestreden uitspraak
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het zesde middel
5.Beoordeling van de overige middelen
6.Slotsom
7.Beslissing
20 september 2016.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure betrof het een ontnemingsvordering tegen betrokkene wegens deelname aan een criminele organisatie en drugshandel op Curaçao. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend via een uitgebreide kasopstelling en veroordeelde betrokkene tot betaling van NAf 226.494,- met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Betrokkene stelde cassatie in tegen de hoogte van dit bedrag, waarbij de Hoge Raad de motivering van het hof toetste aan de eisen van art. 503e Wetboek van Strafvordering van Curaçao, die voorschrijft dat de schatting van het voordeel moet zijn gebaseerd op wettige bewijsmiddelen. De Hoge Raad bevestigde dat het hof aan deze eis had voldaan door een gedetailleerde motivering en verwijzing naar het financieel rapport.
De Hoge Raad verbeterde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op enkele punten, waaronder correcties op posten van legale ontvangsten en feitelijke uitgaven, en stelde het bedrag vast op NAf 225.774,-. Tevens werd de duur van de vervangende hechtenis aangepast van 365 naar 363 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen en de rest van het vonnis bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op NAf 225.774,- en bepaalde vervangende hechtenis van 363 dagen bij niet-betaling.