Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
20 september 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling jegens betrokkene 1 op 2 oktober 2014 te Zoetermeer. Het hof stelde vast dat verdachte betrokkene 1 had bedreigd met woorden als "hoer, kanker zwarte, ik bel mensen voor je, ik weet hoe je eruit ziet, ik weet waar je werkt". Dit oordeel steunde op verklaringen van betrokkene 1 en een getuige.
De Hoge Raad overweegt dat voor een veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling vereist is dat de bedreiging van dien aard is dat bij de benadeelde in redelijkheid de vrees kan ontstaan voor zwaar lichamelijk letsel bij een volgende confrontatie. Het hof had geoordeeld dat deze vrees redelijk was, maar had dit onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad stelt vast dat noch uit de bewijsmiddelen noch uit de nadere overwegingen zonder meer kan worden afgeleid dat de bedreiging zodanig was dat de benadeelde in redelijkheid vrees kon hebben voor zwaar lichamelijk letsel. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het deze beoordeling betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
De overige klachten van het middel behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken in openbare terechtzitting op 20 september 2016.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.