ECLI:NL:HR:2016:2153

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
22 september 2016
Zaaknummer
16/01714
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken volmacht

In deze zaak ging het om een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen. De indiener van het cassatieberoep werd door de griffier van de Hoge Raad verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk van de aan hem verstrekte volmacht of een instemmingsverklaring van de volmachtgever te overleggen.

De indiener is echter in gebreke gebleven om aan dit verzoek te voldoen. Hierdoor heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.

De Hoge Raad heeft voorts geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de zijde van de wederpartij toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 23 september 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewijs van volmacht.

Uitspraak

23 september 2016
Nr. 16/01714
Arrest
gewezen op het door
[A]te
[Q]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 23 februari 2016, nr. AWB 15/2585, betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X] te [Z] .
Bij aangetekende brief van 7 april 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad de indiener van het beroepschrift verzocht binnen zes weken na de dagtekening van deze brief een bewijsstuk van de aan hem verstrekte volmacht tot het indienen van het beroepschrift in cassatie over te leggen, dan wel een verklaring van degene namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld, dat deze daarmee instemt. De indiener van het beroepschrift is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld, en zal de Hoge Raad om die reden het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.