ECLI:NL:HR:2016:2160

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
22 september 2016
Zaaknummer
16/01142
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet RO
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak 2011

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake verzet tegen belastingaanslagen over het jaar 2011. De aanslagen betroffen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid. Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal oordeelde de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 23 september 2016 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan kans op succes.

Uitspraak

23 september 2016
Nr. 16/01142
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 20 januari 2016, nr. SGR 15/4914 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 13 oktober 2015, betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2011 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.