ECLI:NL:HR:2016:2168

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
22 september 2016
Zaaknummer
16/03933
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak voorzieningenrechter CRvB niet-ontvankelijk

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in een zaak betreffende de WWB-VV. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Volgens deze wettelijke bepaling kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van een beroep in cassatie tegen uitspraken van bestuursrechters indien dit uitdrukkelijk bij wet is toegestaan. In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de CRvB openstelt.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is op 23 september 2016 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter, met raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

23 september 2016
Nr. 16/03933
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
voorzieningenrechter van Centrale Raad van Beroepvan 26 juli 2016, nr. 16/3471 WWB-VV.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.