ECLI:NL:HR:2016:2175

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
22 september 2016
Zaaknummer
16/03343
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 juni 2010, die het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank te Groningen van 18 december 2009. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep in cassatie aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Volgens deze wettelijke bepaling neemt de Hoge Raad alleen kennis van cassatieberoepen tegen uitspraken van bestuursrechters voor zover de wet dit uitdrukkelijk toestaat. In deze zaak ontbreekt een wettelijke grondslag voor cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016. Hiermee wordt bevestigd dat cassatie tegen deze uitspraak niet mogelijk is, waarmee de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep definitief blijft.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

23 september 2016
Nr. 16/03343
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 29 juni 2010, nr. 10/163 WWB, betreffende op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Groningen van 18 december 2009 (nr. 09/768).

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.