ECLI:NL:HR:2016:2178

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
22 september 2016
Zaaknummer
16/03349
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 juni 2010, betreffende een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Groningen van 18 december 2009.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Volgens deze bepaling kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van bestuursrechters indien dit bij wet is bepaald.

In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep openstelt. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk en wijst het beroep af.

De uitspraak is gedaan door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel, in aanwezigheid van waarnemend griffier F. Treuren, en is op 23 september 2016 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

23 september 2016
Nr. 16/03349
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 29 juni 2010, nr. 10/160 WWB, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Groningen van 18 december 2009 (nr. 09/248).

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.