ECLI:NL:HR:2016:2207

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2016
Publicatiedatum
29 september 2016
Zaaknummer
16/01034
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2010. Zij deed een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht en leverde daartoe bewijs aan, waaronder een betalingsspecificatie van een WW-uitkering van haar echtgenoot.

De griffier van de Hoge Raad wees het beroep op betalingsonmacht af omdat niet aan de criteria was voldaan. Belanghebbende werd vervolgens per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en kreeg een termijn van vier weken om te betalen. Het griffierecht werd niet voldaan.

Na een laatste verzoek om uitleg over het niet betalen van het griffierecht, oordeelde de Hoge Raad dat de door belanghebbende aangevoerde redenen onvoldoende waren om niet in verzuim te zijn. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad wees ook af om proceskosten toe te wijzen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

30 september 2016
Nr. 16/01034
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Nederlandvan 12 januari 2016, nr. LEE 15/1597 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 11 september 2015 betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft ter zake van betaling van het griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
Na daartoe is de gelegenheid te zijn gesteld door de griffier van de Hoge Raad (hierna: de griffier) heeft belanghebbende de gevraagde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen volledig ingevuld en ondertekend aan de Hoge Raad geretourneerd. Tevens heeft zij daarbij gevoegd een betalingsspecificatie van het UWV van 4 mei 2016 betreffende een WW-uitkering aan haar echtgenoot over de periode 1 april tot en met 30 april 2016.
Naar aanleiding van de door belanghebbende verstrekte gegevens heeft de griffier bij brief van 31 mei 2016 het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat niet is voldaan aan de daarvoor geldende criteria. Tevens is in die brief meegedeeld dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk kan worden verklaard.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 6 juli 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier heeft belanghebbende bij brief van 11 augustus 2016 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 5 september 2016 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2016.