Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
30 september 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een aanvankelijk voor één jaar gesloten arbeidsovereenkomst, die volgens de cao schriftelijk verlengd had moeten worden voor een jaar, door het ontbreken van die schriftelijke verlenging toch voor onbepaalde tijd is verlengd.
De kantonrechter en het gerechtshof hebben eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het standpunt van de eiseres verwierp. De eiseres stelde dat de arbeidsovereenkomst slechts voor een jaar was verlengd, omdat de cao een schriftelijke vorm voorschrijft voor verlenging.
De Hoge Raad oordeelde dat niet-naleving van de schriftelijke vormvereiste in de cao ertoe leidt dat de arbeidsovereenkomst niet voor een jaar is verlengd, maar stilzwijgend voor onbepaalde tijd is voortgezet. Het cassatieberoep van eiseres werd verworpen, waarmee het arrest van het hof werd bekrachtigd.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de arbeidsovereenkomst is stilzwijgend verlengd voor onbepaalde tijd.