Uitspraak
[X] v.o.f.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 8 april 2016, nr. BK-15/01019, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.
Hoge Raad
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, had beroep ingesteld in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 8 april 2016. Deze uitspraak betrof een geschil over een op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto's en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld. De Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende onvoldoende belang bij het beroep heeft of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is op 7 oktober 2016 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.