Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
7 oktober 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond een samenwerkingsovereenkomst tussen het Academisch Medisch Centrum (AMC) en een projectontwikkelaar centraal, betreffende de bouw van een zorghotel op het ziekenhuisterrein. Het geschil betrof de vraag wie in verzuim was bij de buitengerechtelijke ontbinding van deze overeenkomst.
De rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam hebben eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het geschil nader heeft beoordeeld en verwezen naar een schadestaatprocedure voor de vaststelling van de schade. AMC stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. AMC wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en laat de schadestaatprocedure onverminderd voortbestaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Academisch Medisch Centrum wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam bevestigd.