Belanghebbende verkreeg op 2 mei 2011 de eigendom van een onroerende zaak en betaalde op 1 augustus 2011 overdrachtsbelasting. Zij maakte bezwaar tegen het betaalde bedrag, maar de Inspecteur verklaarde dit bezwaar ongegrond en wees een dwangsom af. De rechtbank oordeelde dat er geen ingebrekestelling had plaatsgevonden.
Belanghebbende en de Staatssecretaris stelden beiden cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep van belanghebbende niet slaagt en dat van de Staatssecretaris wel, op basis van een gerelateerd arrest (nr. 16/00801).
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij tevens werd bepaald dat geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de Awb-bepalingen inzake bezwaar en dwangsommen in belastingzaken.