Uitspraak
1.De procesgang
dat hij op 12 juli 2003 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd door met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg op [slachtoffer 1] te schieten, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] op 13 juli 2003 is overleden;
dat hij op 12 juli 2003 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, te weten na kalm beraad en rustig overleg [slachtoffer 2] heeft doodgeschoten;
dat hij op 12 juli 2003 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, met dat opzet op [slachtoffer 3] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging tot doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten:
[verbalisant 2] , hoofdagent van politie, en [verbalisant 3] , brigadier van politie, inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten:
- het gegeven dat de verdachte, wanneer hij in de loop van de middag en avond van 12 juli 2003 wordt opgebeld door [betrokkene 3] , [betrokkene 2] , en [betrokkene 4] , zich volstrekt van den domme houdt met betrekking tot de schietpartij. Zelfs zegt de verdachte tegen zijn werkgever, [betrokkene 4] (zie telefoontap op dossierpagina's 305 en 306) dat de schietpartij moet hebben plaatsgevonden nadat hij, verdachte, bij [A] was weggegaan. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte door zich op deze manier uit te laten slechts ten doel gehad te voorkomen dat hij in verband werd gebracht met de schietpartij;
- het gegeven dat de verdachte, hoewel hij zijn vriendin en haar broer in Wenen heeft achtergelaten met de bedoeling aanstonds naar Nederland terug te keren en zich bij de politie te melden, eerst nog twee dagen in Recklinghausen (Duitsland) bij [betrokkene 5] blijft bivakkeren. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte voor deze vertraging geen redelijke uitleg gegeven, hoewel hij begrepen moet hebben - ook als zijn lezing zou worden gevolgd dat hij van de schietpartij slechts getuige was geweest - dat de politie in Nederland hem dringend wilde spreken. Niet uitgesloten moet worden geacht dat de verdachte deze tijd nodig heeft gehad om sporen uit te wissen (zoals het [laten] uitwassen van het T-shirt, dat hij ten tijde van de schietpartij droeg; zie in dit verband de verklaring van [betrokkene 5] op dossierpagina 1548) en om het verhaal te bedenken dat hij vanaf dat moment als de waarheid is gaan presenteren.
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beoordeling van de tweede herzieningsgrond
5.Beoordeling van de eerste herzieningsgrond
6.Beoordeling van de derde herzieningsgrond
8.Slotsom
9.Beslissing
25 oktober 2016.