Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van de in die verzoeken vermelde arresten van de
Hoge Raad der Nederlanden.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad de verzoeken tot herziening van belanghebbende beoordeeld met betrekking tot arresten in bestuursrechtelijke belastingzaken. De verzoeken werden ingediend op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad oordeelde dat de verzoeken geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor kunnen de verzoeken niet leiden tot herziening van de eerder gewezen arresten.
Op basis hiervan verklaarde de Hoge Raad de verzoeken niet-ontvankelijk. Tevens werd het griffierecht beperkt tot €124 vanwege de samenvoeging van de zaken. Dit bedrag werd aan belanghebbende teruggegeven.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de verzoeken tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.