Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
28 oktober 2016.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor diefstal met gebruik van een valse sleutel en veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Het Hof gelastte de teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen aan de verdachte, voor zover deze daaraan toebehoorden, maar specificeerde niet welk bedrag precies moest worden teruggegeven.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van het Wetboek van Strafvordering van Sint Maarten een last tot teruggave gericht moet zijn aan een met name genoemde persoon en het concreet terug te geven bedrag moet worden vermeld. Omdat het Hof dit niet heeft gedaan en het bedrag niet ondubbelzinnig uit de stukken blijkt, is de last tot teruggave onvolledig.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het Hof heeft nagelaten de hoogte van het terug te geven bedrag te bepalen en wijst de zaak terug aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor hernieuwde berechting en afdoening van dit onderdeel. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens het ontbreken van een specificatie van het terug te geven geldbedrag en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.