Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
1 november 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting door een te hoog bedrag aan voorbelasting en terug te betalen bedrag te vermelden in elektronische aangiften.
In cassatie klaagde de verdachte over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden en besloot daarom de opgelegde taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, te verminderen tot 162 uren taakstraf, subsidiair 81 dagen hechtenis. De overige middelen werden verworpen en de rest van het arrest bleef in stand.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 162 uren, subsidiair 81 dagen hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn.