ECLI:NL:HR:2016:2492

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2016
Publicatiedatum
2 november 2016
Zaaknummer
16/00344
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep medeplegen poging tot doodslag

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag door het slachtoffer met een zwaard op het hoofd te slaan en daarna tegen het hoofd te trappen terwijl het slachtoffer zwaargewond op de grond lag.

Het cassatieberoep is ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door zijn advocaat. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en gegrondheid van de aangevoerde klachten.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende belang rechtvaardigen en klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Buruma en van de Griend, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 1 november 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest in stand blijft.

Uitspraak

1 november 2016
Strafkamer
nr. S 16/00344
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 20 mei 2015, nummer 21/008351-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 november 2016.