Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
(iv) de verdachte is gefouilleerd en bij hem is MDMA aangetroffen.
3.Slotsom
4.Beslissing
8 november 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd aangehouden na een melding van een beroving met geweld en waarbij in zijn auto hennep en bij fouillering MDMA werden aangetroffen. Het hof sprak de verdachte vrij wegens bewijsuitsluiting, omdat het onrechtmatig handelen van de politie een vormverzuim zou zijn volgens artikel 359a Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat de onrechtmatige aanhouding en het daarop volgende onderzoek een vormverzuim opleveren. Uit de vaststellingen volgt dat de aanhouding niet onrechtmatig was in het kader van het voorbereidend onderzoek. Daarmee is het oordeel van het hof onjuist.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening. Dit arrest benadrukt het belang van correcte toepassing van vormverzuimen en bewijsuitsluiting in het strafproces.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.