Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
8 november 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor poging tot doodslag, waarbij hij met een auto op het slachtoffer inreed en met een krik in de richting van het hoofd sloeg. Tegen dit arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 8 november 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.