ECLI:NL:HR:2016:2572

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2016
Publicatiedatum
11 november 2016
Zaaknummer
15/02394
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over concurrentie door oliemaatschappij bij tankstationovereenkomst

In deze zaak stond de vraag centraal of concurrentie door een nabijgelegen tankstation te wijten was aan de oliemaatschappij Total Nederland N.V. De eiseressen, exploitanten van een tankstation, hadden een overeenkomst met Total en voerden aan dat Total verantwoordelijk was voor de concurrentie die zij ondervonden.

De rechtbank en het gerechtshof hadden reeds geoordeeld over deze kwestie, waarbij het hof het standpunt van eiseressen niet volgde. Tegen dit arrest stelde eiseres cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen. Volgens art. 81 lid 1 RO Pro behoefden de klachten geen nadere motivering omdat zij niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof en maakte een einde aan het geschil over de aansprakelijkheid van de oliemaatschappij voor de concurrentie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.

Uitspraak

11 november 2016
Eerste Kamer
15/02394
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
2. [eiseres 2],
beide gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
TOTAL NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] (gezamenlijk in enkelvoud) en Total.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 50812/HA ZA 05-648 van de rechtbank Middelburg van 13 oktober 2010 en 20 juli 2011;
b. het arrest in de zaak HD 200.098.640/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 februari 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Total heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Total begroot op € 6.524,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
11 november 2016.