Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
15 november 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van diefstal met braak uit een woning te Almere, waarbij hij samen met een medeverdachte goederen wegnam na inbraak. De bewezenverklaring was gebaseerd op aangifte, getuigenverklaring en een foslo-confrontatie waarbij de verdachte werd herkend.
De Hoge Raad oordeelt dat voor de kwalificatie medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist is, waarbij de bijdrage van de verdachte voldoende gewicht moet hebben. Uit de bewijsvoering blijkt echter slechts dat de verdachte op wacht stond bij het keukenraam, samen met de medeverdachte uit de voortuin liep en samen wegging, gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid worden geassocieerd.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het Hof onvoldoende is gemotiveerd om deze gedragingen als medeplegen te kwalificeren. Daarom wordt het arrest vernietigd voor zover het medeplegen betreft en wordt de zaak terugverwezen naar het Hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor medeplegen diefstal met braak en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.