Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:2597

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2016
Publicatiedatum
16 november 2016
Zaaknummer
15/04369
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 lid 3 UitleveringswetArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad herstelt verzuim in uitleveringszaak Antilliaanse rechtsgebieden

De zaak betreft een cassatieberoep van een opgeëiste persoon tegen een uitleveringsuitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Verenigde Staten van Amerika hadden om uitlevering verzocht vanwege strafvervolging.

Het hof had de uitlevering toelaatbaar verklaard "ter zake van voornoemde feiten", maar had nagelaten deze feiten concreet te omschrijven. De Hoge Raad constateerde dit verzuim en besloot dit ambtshalve te herstellen door de uitlevering toe te staan voor de feiten zoals omschreven in de bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken van de Amerikaanse autoriteiten.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep verder omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en er geen andere gronden waren om de uitspraak te vernietigen. De uitspraak bevestigt het belang van een duidelijke feitelijke omschrijving in uitleveringszaken en herstelt het formele gebrek zonder inhoudelijke toetsing van de uitleveringsgrond.

Het arrest werd op 15 november 2016 gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en benadrukt de ambtshalve taak van de Hoge Raad om formele tekortkomingen in uitleveringsuitspraak te corrigeren.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofuitspraak wegens het ontbreken van een feitelijke omschrijving en verklaart de uitlevering toelaatbaar voor de in het verzoek omschreven feiten.

Uitspraak

15 november 2016
Strafkamer
nr. S 15/04369 UA
SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 3 september 2015, nummer HAR 211/13, op een verzoek van Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon 2], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Het Hof heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten van Amerika toelaatbaar verklaard ter strafvervolging "ter zake van voornoemde feiten".
De bestreden uitspraak behelst evenwel niet een omschrijving van "voornoemde" feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. De Hoge Raad zal dit verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor de feiten die zijn omschreven in na te noemen door de verzoekende Staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover het Hof heeft verzuimd de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, genoegzaam te vermelden;
verklaart de uitlevering toelaatbaar voor de feiten zoals omschreven in de (supplemental) Affidavit in support of request for extradition, van R. Capone, Assistent United States Attorney of the Southern District of New York, van 21 oktober 2013 en 27 november 2013;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 november 2016.