ECLI:NL:HR:2016:2616

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
16/03450
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk

Belanghebbende uit België heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 mei 2016, die het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over een besluit van de Sociale verzekeringsbank.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hieruit volgt dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter indien dit bij wet is bepaald. In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep toestaat.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en het betaalde griffierecht wordt teruggegeven. Het arrest is gewezen door raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

18 november 2016
Nr. 16/03450
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 27 mei 2016, nr. 13/3770 ALGEM, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 12/3816) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 124 wordt door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.