ECLI:NL:HR:2016:2619

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
16/03787
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbAlgemene Ouderdomswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende, woonachtig in Marokko, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze betaling is niet voldaan. Vervolgens kreeg belanghebbende nog een kans om te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald, maar hier is geen gebruik van gemaakt.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel op 18 november 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

18 november 2016
Nr. 16/03787
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Marokko, domicilie gekozen hebbende te [Q] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 10 juni 2016, nr. 14/5946 AOW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 31 augustus 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het domicilieadres van belanghebbende, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 29 september 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het domicilieadres van belanghebbende, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.