Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
22 november 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde op 22 november 2016 de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Limburg betreffende het verlenen van verlof op grond van art. 552p Sv. De klagers hadden cassatieberoepen ingesteld tegen meerdere rechtbankbeslissingen, maar het Zwitserse rechtshulpverzoek, dat aan de procedure ten grondslag lag, werd ingetrokken.
Naar aanleiding hiervan concludeerde de Advocaat-Generaal aanvankelijk tot vernietiging van de bestreden beschikking, maar later tot niet-ontvankelijkverklaring van de klagers in hun cassatieberoep. De intrekking van het rechtshulpverzoek door Zwitserland leidde ertoe dat de klagers geen belang meer hadden bij hun beroep.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde de klagers niet-ontvankelijk. Het beroep van een deel van de klagers was al ingetrokken na de conclusie van de Advocaat-Generaal. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare zitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klagers niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang na intrekking van het Zwitserse rechtshulpverzoek.