Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
6 december 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake poging tot doodslag door het inrijden op twee politieagenten tijdens een alcoholcontrole.
Namens verdachte werd een schriftuur ingediend, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. De klachten konden niet tot cassatie leiden of de partij had onvoldoende belang bij het beroep.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 6 december 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.