ECLI:NL:HR:2016:2793

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2016
Publicatiedatum
8 december 2016
Zaaknummer
16/03693
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet voldaan.

Belanghebbende stelde in een schriftelijke reactie dat hij studeert en geen financiële middelen heeft om het griffierecht te betalen, maar deze mededeling is niet tijdig of correct ingediend bij de griffie van de Hoge Raad. Hierdoor is niet voldaan aan de vereisten om niet in verzuim te zijn.

De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. Er zijn geen gronden voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel en uitgesproken op 9 december 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

9 december 2016
Nr. 16/03693
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 3 juni 2016, nr. SGR 16/776 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 1 april 2016.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 25 augustus 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 13 oktober 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald.
In de schriftelijke reactie van 6 november 2016 geeft belanghebbende aan reeds bij schrijven van 14 augustus 2016 te hebben meegedeeld dat hij studeert en geen financiële middelen heeft om het griffierecht te betalen. Een dergelijk schrijven is niet ter griffie van de Hoge Raad noch bij het Landelijke Diensten Centrum voor de Rechtspraak te Utrecht ingekomen. Gelet hierop moet het er voor worden gehouden dat belanghebbende niet voor het einde van de gestelde betalingstermijn aan de griffier kenbaar heeft gemaakt niet in staat te zijn het verschuldigde griffierecht te betalen.
Nu belanghebbende voor het overige geen grond heeft aangevoerd voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest, moet het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2016.