ECLI:NL:HR:2016:280

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2016
Publicatiedatum
18 februari 2016
Zaaknummer
15/05078
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot herziening arrest niet-ontvankelijk verklaard door Hoge Raad

De Hoge Raad heeft op 19 februari 2016 uitspraak gedaan over een verzoek tot herziening van een arrest van 21 november 2014. Het verzoek betrof een zaak binnen het bestuursrecht en belastingrecht. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het verzoek ontvankelijk was.

De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigde, omdat de verzoekende partij klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het verzoek. Daarnaast was hetgeen in het verzoekschrift was aangevoerd niet geschikt om tot herziening van het eerder gewezen arrest te leiden.

Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang en ongeschiktheid van het verzoek tot herziening.

Uitspraak

19 februari 2016
Nr. 15/05078
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z]tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 21 november 2014, nr. 14/00240, ECLI:NL:HR:2014:3341.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het verzoek heeft ingediend klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het verzoek dan wel omdat hetgeen in het verzoekschrift is aangevoerd klaarblijkelijk niet tot herziening van het hierboven vermelde arrest kan leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2016.