Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016, betreffende een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelt vast dat artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat de Hoge Raad slechts kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Voor de onderhavige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak geldt geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2016.