Belanghebbende, gevestigd in Duitsland, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 25 april 2016, betreffende een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over een brief van de Belastingdienst van 2 maart 2015.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk niet behandeld omdat de klachten geen behandeling rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 16 december 2016 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.