Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 september 2015. De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor feitelijke leidinggeven aan verboden gedragingen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het verzoek tot het horen van een meegebrachte getuige werd eveneens afgewezen. Het arrest van de Hoge Raad is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 20 december 2016.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.