Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het meermalen verkopen en vervoeren van cocaïne in de periode van augustus 2013 tot februari 2014 in Wageningen. De verdediging verzocht om het horen van drie getuigen die cocaïne hadden gekocht, met het oog op het toetsen van de betrouwbaarheid van hun verklaringen en de kwaliteit van de drugs. Dit verzoek werd door het hof afgewezen zonder nadere motivering.
De verdediging stelde dat het horen van deze getuigen essentieel was voor de waarheidsvinding, vooral omdat het hof veel gewicht had toegekend aan hun verklaringen over de aanwezigheid van cocaïne. De advocaat-generaal betoogde dat het verzoek neerkwam op een 'fishing expedition' en dat het hof terecht had geoordeeld dat de verklaringen voldoende waren om de aanwezigheid van cocaïne aan te nemen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de afwijzing van het getuigenverzoek zonder nadere motivering niet begrijpelijk was, mede gelet op de inhoud van het verzoek en het belang voor de verdediging. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.